Iedere wijnstreek zijn eigen fles?

Iedere wijnstreek zijn eigen fles?

Vooral in ‘la douce France’ zie je dat bijna iedere wijnstreek zijn eigen typische fles heeft. Ze hebben op één na, wel allemaal 75cl inhoud qua standaardmaat. Hoe komt dit?

Om te beginnen de varianten in flessen. Kort door de bocht kun je zeggen dat de typische flessen uit de van ouds her bekende wijnstreken, de standaard zijn.  (Uitzonderingen zijn er, bijv. de Clavelin uit de Jura en de Amfora uit de Provence.) Bourgogne, Bordeaux, Elzas en Champagne. De Bourguignonne uit de Bourgogne en de Bordelaise uit de Bordeaux zijn de meest gebruikte flessoorten over de gehele wereld. Maar iedereen kent ook wel de typische langgerekte Elzasser fles, la flûte Alsacienne die je ook in Duitsland en tegenwoordig in Nederland tegenkomt. Last but not least de Champenoise, de Champagnefles. Merkbaar zwaarder en steviger tbv de hogere druk en voorzien van de zgn. ‘Muselet’, het kapje met ijzerdraad dat aan de fles bevestigd wordt om de kurk vast te klemmen. Dit kapje heet eigenlijk agraaf, let er eens op wanneer je een fles Champagne opent. Ze zijn meestal voorzien van een opdruk en vaak zeer kunstig.

De kleur van het glas mag verschillen. Daar zijn eigenlijk geen regels voor. Behalve in Duitsland waar men altijd groen glas gebruikt voor Moezelwijn en bruin glas voor Rijnwijn.

Waarom zijn de flessen standaard 0,75 liter?

Het waren de Engelsen in de 19e eeuw veel wijn importeerden. Ze hadden echter een afwijkend stelsel qua inhoudsmaten. Om toch goed te kunnen vergelijken, bedachten ze een makkelijke omzetting naar hun eigen gallon. Bij zes flessen van 0,75 l. inhoud bleek dat overeen te komen met 1 gallon. Deze norm is vastgelegd en bestaat nog steeds. Wederom is het de Clavelin van de Vin Jaune (gele wijn) uit de Jura, die hier van afwijkt met 0,62 l.